De uitleg bingo

Iedere student krijgt een unieke bingokaart met daarop verschillende woorden, begrippen, processen en/of personen die tijdens de uitleg aan bod kunnen komen. De studenten moeten goed opletten of de woorden, begrippen, processen of de personen op de kaart tijdens de uitleg genoemd worden. Zodra dit gebeurt moet de student het desbetreffende woord doorstrepen op zijn bingokaart. Zodra een student alle begrippen op de kaart heeft kunnen doorstrepen heeft hij bingo. Alle normaal geldende regels bij bingo kunnen ook bij deze bingo toegepast worden. Zo kan er bij een valse bingo de student gevraagd worden een liedje te zingen en kan er ook gewerkt worden met kleine prijsjes.
Een goede bingokaart bestaat uit gemiddeld 16 woorden, begrippen, processen of personen. Maak voldoende, unieke bingokaarten voor het aantal studenten dat aan de les deelneemt.

21st Century Skills

Kritisch denken
Creatief denken
Communiceren
Zelfregulering
Informatievaardigheden

Loopbaancompetenties

Werk exploratie

Bijlage