Eens, oneens, geen mening

Verdeel de ruimte in twee vlakken welke gescheiden wordt door een (denkbeeldige) middenlijn. Deze middenlijn staat voor “neutraal”. De rechterkant van de ruimte staat voor “eens” en de linkerkant van de ruimte staat voor “oneens”. De docent heeft enkele stellingen voorbereid welke hij aan de studenten voorlegt. Na het presenteren van een stelling is het aan de studenten om een positie in de ruimte te kiezen. Gaan zij in het “eens” vak, het “oneens” vak of op de “neutraal” lijn staan? Hoe verder de student van de “neutraal” lijn verwijderd is, hoe meer hij uitgesproken is over zijn mening. Zodra alle studenten een positie hebben ingenomen is het aan de docent om een discussie te starten met de studenten. Waarom hebben zij deze positie in de ruimte ingenomen? Laat per stelling ongeveer vier studenten hun positionering onderbouwen.

21st Century Skills

Kritisch denken
Communiceren
Zelfregulering
Sociale- en culturele vaardigheden

Loopbaancompetenties

Kwaliteiten
Motieven
Werk exploratie