Flitsen

De docent maakt per tweetal een set met kaarten. Op deze kaarten staat op de voorkant een vraag en op de achterkant een antwoord. Alle studenten verdelen zich in tweetallen en krijgen een set kaarten uitgereikt. De ene student stelt aan de andere student de vragen die op de kaartjes staan. Wanneer de student een goed antwoord heeft gegeven krijgt hij het kaartje van zijn medestudent overhandigd, wanneer hij een verkeerd antwoord heeft gegeven belandt het kaartje weer onderop de stapel. Dit wordt herhaald totdat de student alle vragen goed heeft beantwoord. Wanneer er vragen bij zitten die de student echt niet goed kan beantwoorden, dan mag zijn medestudent helpen of mag hij hulp inroepen van de docent of een bron zoals het internet of een boek. Na afloop bespreekt de docent met de groep hoe het beantwoorden van de vragen ging en welke vragen nog erg lastig bleken.

21st Century Skills

Kritisch denken
Probleem oplossen
Communiceren
Samenwerken
Zelfregulering

Loopbaancompetenties

Netwerken
Motieven
Werk exploratie