Memory

De studenten gaan een memoryspel maken. Dit memoryspel bestaat echter niet uit paren van twee dezelfde kaartjes, maar uit paren van twee kaartjes die iets met elkaar te maken hebben. Bijvoorbeeld een vraag en een antwoord, of twee afbeeldingen die iets met elkaar te maken hebben zoals een schroef en een schroevendraaier. Laat de studenten eerst een lijst opstellen van tenminste 25 paren welke zij op de kaartjes willen laten terugkomen. Laat de studenten een duidelijke keuze maken met wat voor soort paren zij willen werken. Om het spel overzichtelijk te houden is het aan te raden om met dezelfde soort paren te werken (bijvoorbeeld alleen maar vraag en antwoord, of alleen maar afbeeldingen die bij elkaar horen). Deze mogen natuurlijk ook door elkaar gebruikt worden, maar zullen de complexiteit van het spel wel vergroten.
Zodra de studenten de paren hebben samengesteld kunnen zij het spel gaan vormgeven. Ze maken voor ieder paar twee kaartjes aan. In totaal zullen er bij 25 paren dus 50 kaartjes gemaakt moeten worden. Zodra de studenten het spel af hebben wisselen zij met een andere groep studenten hun spel uit. De andere studenten spelen het spel dat de groep heeft gemaakt, en de groep speelt het spel dat de andere studenten hebben gemaakt. De spellen kunnen rouleren totdat alle studenten alle spellen hebben gespeeld.

21st Century Skills

Kritisch denken
Creatief denken
Probleem oplossen
Communiceren
Samenwerken
ICT-basisvaardigheden
Mediawijsheid
Informatievaardigheden

Loopbaancompetenties

Netwerken
Kwaliteiten
Motieven
Werk exploratie