Twee voor Twaalf

De studenten krijgen in tweetallen een lijst met twaalf vragen voorgeschoteld. De vragen zijn complex en nagenoeg niet te beantwoorden met de voorkennis die de studenten hebben. Het is aan de studenten om de juiste antwoorden op de vragen te geven. Zij mogen hierbij gebruik maken van diverse bronnen (boeken, internet, etc.). De studenten noteren het antwoord op de vraag op een blad en omcirkelen de eerste letter van het antwoord.
Wanneer zij alle vragen hebben beantwoord kunnen zij met alle eerste letters van de gegeven antwoorden een woord maken. Dit woord heeft betrekking tot het onderwerp dat behandeld wordt tijdens de lessen. Wanneer de studenten geen goed lopend woord kunnen maken, kan dit betekenen dat zij niet de juiste antwoorden op de vragen hebben gegeven. Indien dit het geval is kunnen zij de antwoorden op de vragen laten nakijken door de docent. Deze kan vervolgens aangeven welke vraag foutief beantwoord is. De studenten dienen nu op zoek te gaan naar het juiste antwoord, om zodoende alsnog het juiste woord te kunnen formuleren.

21st Century Skills

Kritisch denken
Creatief denken
Probleem oplossen
Communiceren
Samenwerken
Zelfregulering
ICT-basisvaardigheden
Mediawijsheid

Loopbaancompetenties

Netwerken
Kwaliteiten